Geschiedenis van wijnbouw in Nederland

Wijnbouw en Nederland vroeger

Onze wijncultuur danken we zeker aan de Romeinen. Of ook de wijnstok noordelijker dan de Moezel is geïntroduceerd blijft onduidelijk. De eerste zekere vermeldingen van wijnbouw in wat nu Nederland is, dateren uit de middeleeuwen. Vanaf circa 1500 verdween wat er aan wijnranken was geleidelijk steeds meer. Het klimaat speelde hierbij een rol; van 1300 tot 1800 was het klimaat aanmerkelijker kouder, en spreken we zelfs van een kleine ijstijd. Hierdoor was het moeilijker druiven te verbouwen. Ook bier was een grote concurrent van wijn, goedkoper en beter te betalen door gewone burgers en boeren. Rond 1950 was de wijnbouw geheel uit Nederland verdwenen.

Vanaf 1970 werden er gelukkig weer enkele wijngaarden aangeplant in Limburg. Dit was slechts het begin, want vanaf 2000 kwamen er in het hele land nieuwe wijngaarden bij, zowel kleine van 0,5 ha tot grote van wel 24 ha. Belangrijkste reden hiervoor zijn de komst van nieuwe, meer resistente druivenrassen kwamen uit onderzoekscentra als Geisenheim, Freiburg en Zwitserland. En uiteraard de veranderingen in het klimaat, waardoor er inmiddels in het groeiseizoen dezelfde omstandigheden heersen als in de Bourgogne 40 jaar geleden.